Geel

Geel

is de scherpte van citroen.

Dat wat over de dingen heen ligt als lak op een auto.

Het is de lach van een jong meisje tegenover een groep jongens die op een laag muurtje zit.

De jongens zijn één groot ‘uit-alle-ooghoeken-kijken’.

Het meisje is de lach die zich weert, die klatert en afketst.

Zich kenbaar maakt, maar ‘tot – hier – en – niet – verder’.

De kern houdt zich schuil in haar vel.

Die lach. Citroenfris op een manier die je niet thuis kan brengen.

 

Tekst uit tentoonstelling/project Verstrooide dagen, 2018-19 met Hannie Vonsée