Mesi

prikkers

Mijn man ligt in bed met de radio. Via miniscule oordopjes staat hij bloot aan de rest van de wereld. Dat vindt hij rustgevend.
‘Wat zegt de radio?’ probeer ik in een poging tot contact op dit precaire middernachtelijk uur waarop hij meestal in zijn eerste heftige REM-slaap is gewikkeld ondersteund door het wereldnieuws. Vannacht echter komt de boodschap ongekend helder door.
‘Mesi heeft teveel cocktailprikkers ingeslikt,’ zegt hij. Mesi is de hond van een hoogleraar in ruste begrijp ik na voorzichtig doorvragen. Vandaag is ze geopereerd in Utrecht.
‘Buiten levensgevaar,’ komt er nog mompelend achteraan. Verbinding verbroken.

Ik stel me een lodderige Beagle voor die met zwaar bezwachteld onderlijf ligt te ronken in zijn mand op de slaapkamer van de professor. Die beleeft een woelige nacht, overal dringen cocktailprikkers door. Hij schrikt om de havenklap wakker, tast met zijn linkerhand naar de kruin van Mesi. Wat verwacht hij: Bloed? Siddering? Kilte? Maar Mesi ronkt. Heerlijk en onverbeterlijk. Hij droomt al weer van worsten. Tegen de ochtend -een warme dag- stelt de professor vast dat het allemaal goed komt, draait zich op zijn andere zij, begint te dromen over het net ontdekte Higgsveld. Hij wandelt er rustig doorheen. In hemdsmouwen en op zomerschoenen, Mesi losjes dribbelend langszij.

Ja, dames en heren, het is de poëzie die ons op de been houdt. De poëzie waarmee onze eenzaamheid steeds opnieuw rijkelijk omringd blijkt te zijn.

 

Share on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on Twitter