Junirood

IMG_9696

De kalender laat me vandaag een rood papaverveld zien. Een donkere jongen rijdt er op een ezeltje stapvoets doorheen. Op de achtergrond grijsgroene verte. ’s Middags belt er een meisje bij ons aan. Ze komt uit Amsterdam en doet mee aan een liftwedstrijd. Waar de koplopers uren geleden hier al een snelle bak dronken om hun voorsprong niet te verliezen, heeft het meisje het winnen al mijlenver achter zich gelaten. En dus zit ze nu op de grijze bank met een doorzichtig drankje. Ze heeft glimmende zwarte haren en een roodwollen jurkje. Het hele tafereel dampt. Ik moet steeds denken aan de papaverveld op het kalenderblad.

Het meisje krijgt via haar mobiel van de leiding van de liftwedstrijd het advies nu maar met de trein naar het eindpunt te gaan. Als ze tenminste nog een zwartgeblakerd worstje van de studentenbarbecue wil eten. Ze mist de trein. Ze moet namelijk nog een tijdje naar een zwart wit portretje hier aan de muur kijken waarin ze mijn zoon als baby herkent. Als allerlaatste zal ze in Groningen aankomen.

Ik denk dat ze de zwarte worst aan zich voorbij laat gaan, Groningen met volle teugen ondergaat en heerlijk slaapt in een rooie slaapzak. Haar ezel staat naast de tent. Kruidige dampen stijgen op uit het gazon van het Noorderplantsoen. Het is de kortste nacht van het jaar maar het meisje slaapt heel lang. ‘Ga maar, ik wacht wel op haar,’ zegt de ezel in de vroege ochtend tegen de andere studenten die weer snel naar Amsterdam gaan om tentamens in te halen. Voor zijn ontbijt kuiert hij naar de laurierstruik een eindje verderop.

Nr. 3 uit serie blogs onder het motto: Het is de poëzie die ons op de been houdt. De poëzie waarmee onze eenzaamheid steeds opnieuw rijkelijk omringd blijkt te zijn. 

 

 

Share on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on Twitter