Bocht

de schoonheid van de bocht

Ik fietste een keer op lange rechte zandweg ergens achter Diepenveen. Ineens was er een bocht. Ik bleef een tijdje staan. Ik ging zelfs even zitten. Ik dacht: waarom is dit zo mooi? Het was een beetje flauwe, geleidelijke bocht. Ik durfde het tegen niemand te zeggen maar het ontroerde me bijna. Ik kon er maar niet achter komen waarom.

Later hoorde ik muziek. Ik weet bij god niet meer van wie. Klassieke muziek. Vrij duidelijke, goed in het gehoor liggende muziek. En ineens was er ook een ‘bocht’ in dat ‘strak opgespannen’ schema. Toen wist ik het. Dat was het. Wat je hoort of ziet is een soort ‘toegeven’. Een ‘knieval’. Een afwijken van alle rechtlijnigheid waar eerst zo stoer over gedaan is. Je klapt inwendig dubbel. Al is het maar een fractie van een seconde.

Daarna ging ik de bochten goed in de gaten houden. Die in mezelf sloeg ik eerst even over. Te moeilijk. Maar er bleven er behoorlijk wat over. De stad waar ik mijn dagen doorbreng is ontstaan door een bocht in de rivier. Daar stranden de mensen, daar blijven de dingen liggen, daar wordt vervolgens iets neergezet. Dat is ook mooi natuurlijk maar de bocht als zelfstandig fenomeen is er ver boven verheven.

Het beste van mensen zit in de bocht. In de vergeten, dooie hoek. Doorbuigend zijn wij aller charmantst. Ergens op terugkomen, met moeite toegeven, aarzelen in het openbaar: adembenemend lief.

Bochten dus. Zie ze, hoor ze, onthoud ze, neem ze mee. Hoe meer hoe beter. Bochten in de kunst, in de opvoeding, in onze gang door de supermarkt, in reizen, in zaken doen. Misschien is het wennen. Het voelt soms tamelijk onpraktisch aan. Maar wees gerust: we  zullen in onze dwalende, sullige, meanderende gang door de wereld voor anderen het aanzien meer dan waard zijn.

 

Ja, dames en heren, het is de poëzie die ons op de been houdt. De poëzie waarmee onze eenzaamheid steeds opnieuw rijkelijk omringd blijkt te zijn.

 

Share on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on Twitter